De Kuilwielenbank in Leidschendam is een bijzonder gebouw dat volledig is afgestemd op zijn spoorse omgeving en de technische functie die het vervult; de treinen rijden er letterlijk in- en uit. De staalconstructie speelt hierin een centrale rol. De architecten kozen voor cortenstaal en roestkleurige stalen profielen in de gevel, die niet alleen duurzaam zijn, maar ook direct refereren aan de spoorstaven rondom het terrein. Deze keuze versterkt de verbinding tussen het gebouw en zijn omgeving en benadrukt de industriële sfeer van het emplacement. Bovendien is er in de plint van het gebouw hergebruikte spoorballast verwerkt, wat het circulaire karakter van het project onderstreept .
Het bouwkundig concept is even doordacht als inspirerend. Vanwege de beperkte ruimte tussen de sporen is het volume van het gebouw getrapt vormgegeven. De gesloten langsgevel aan de noordoostzijde voorkomt lichthinder richting de omgeving, terwijl de kopgevels juist zijn opengemaakt voor maximale toetreding van licht, lucht en toegang voor personeel en treinen. Het meest in het oog springend zijn de 1.100 hergebruikte treinramen in de gevel. Deze ramen, afkomstig uit oude dubbeldekstreinen, zijn op een bijzondere manier geplaatst: om en om, waardoor ze samen een patroon vormen dat doet denken aan de drukgolven van passerende treinen. De gevel verandert daardoor voortdurend van aanzicht door reflectie, schaduw en transparantie, afhankelijk van het weer en het moment van de dag. Dit gevelontwerp is zowel functioneel als esthetisch een knipoog naar de spoorwereld en de kunst van Jan Schoonhoven .
Constructief was het toepassen van de hergebruikte ramen een flinke uitdaging. De ramen zijn zo veel mogelijk in hun oorspronkelijke staat gebruikt, compleet met rubbers en soms nog markeringen van hun vorige functie, zoals het "stiltecoupé"-opschrift. Dit bespaarde niet alleen arbeid, maar voorkwam ook onnodig afval. De vaste maat van de ramen heeft de hoofdmaatvoering van het gebouw bepaald. Voor de bevestiging werd een slimme, speciaal ontwikkelde klem bedacht, waarmee de ramen in wisselende posities en combinaties konden worden opgehangen. Dit systeem, dat met slechts twee typen klemmen werkt, maakt het mogelijk om de ramen eenvoudig te vervangen of het patroon aan te passen, wat zowel flexibiliteit als duurzaamheid biedt .
De uitvoering van het project kende verschillende bijzondere aspecten. Zo was er ruimte voor experiment binnen het circulaire gedachtegoed van NS, wat leidde tot het testen van verschillende hergebruikte materialen. Niet alles bleek haalbaar – zo bleek het hergebruiken van treinvloeren als gevel vanwege vocht en gewicht niet mogelijk – maar het ramenconcept werd wel succesvol uitgevoerd. De beperkte ruimte voor de bevestigingen van de ramen en de noodzaak om elk raam individueel te kunnen vervangen, vroegen om precisie en inventiviteit tijdens de bouw. Bovendien moest er logistiek slim worden omgegaan met de aanvoer en verwerking van alle hergebruikte materialen, wat het project organisatorisch uitdagend maakte .
Functioneel is de Kuilwielenbank essentieel voor het onderhoud van treinstellen. De installatie in het gebouw zorgt ervoor dat wielen die niet meer rond zijn (“vierkante wielen”) weer perfect geslepen worden. Dit is niet alleen belangrijk voor het comfort van de reiziger, maar voorkomt ook schade aan het spoor en materieel. Het gebouw biedt een prettige en veilige werkomgeving voor de medewerkers, beschermt de installatie tegen weersinvloeden en draagt met zijn gasloze, energiezuinige opzet en circulaire materialen sterk bij aan de duurzaamheidsambities van de NS. Het omringende landschapsplan sluit daar naadloos op aan, met hergebruikte materialen, groene pauzeplekken en een wadi voor regenwaterafvoer. Zelfs aan het binnenklimaat is gedacht: een nieuwe boswal zorgt in de zomer voor schaduw op de buiten wachtende treinstellen, waardoor het binnen in de kuilwielenbank aangenaam blijft .
Kortom, de Kuilwielenbank Leidschendam is een toonbeeld van innovatieve architectuur, circulair bouwen en functionele techniek, waarbij het gebruik van staal en hergebruikte spooronderdelen op een unieke en toekomstgerichte manier samenkomen.
Duurzaamheid vormde de absolute kern van het ontwerp en de realisatie van de nieuwe Kuilwielenbank in Leidschendam. Het gebouw maakt onderdeel van het project herinrichting werkplaats Leidschendam waarvan ook de terreininrichting en de sporen lay-out onderdeel waren. Het project is opgebouwd rond drie duurzame pijlers: fossielvrij, circulair en groen. De NS heeft daarbij niet alleen gekeken naar de technische prestaties van het gebouw en de terreininrichting, maar juist ook naar de ecologische, sociale en economische impact op de omgeving en de maatschappij .
In het project is buitengewoon efficiënt en bewust omgegaan met materialen. Maar liefst 70% van de materialen (exclusief beton) is afkomstig van hergebruikte NS-materialen. Dit is zichtbaar in de gevel, waar 1.100 oude treinramen uit gemoderniseerde dubbeldekstreinen een prominente nieuwe functie kregen. Ook spoorballast, dwarsliggers, stelconplaten, cameramasten, stootjukken en onderdelen van de spoorinfrastructuur zijn opnieuw toegepast. Dankzij deze aanpak is niet alleen de afvalstroom aanzienlijk verminderd, maar werd ook de noodzaak om nieuwe materialen te produceren en transporteren drastisch beperkt. Dit leverde een directe besparing op van grondstoffen, energie én CO₂-uitstoot .
De Kuilwielenbank is volledig gasloos ontworpen. Alle energie voor het gebouw wordt duurzaam opgewekt, onder meer via zonnepanelen op het dak. Door slim gebruik te maken van daglicht en het installeren van infraroodpanelen voor gerichte warmte, is het elektriciteitsverbruik laag gehouden. Het aantal benodigde warmtepompen kon worden teruggebracht van twaalf naar zeven. Extra energiebesparing wordt behaald door lichtdoorlatende tochtflappen en luchtgordijnen, die warmteverlies minimaliseren. Ook het sedumdak draagt bij: het zorgt voor extra isolatie, waardoor de warmtevraag verder afneemt. Tijdens de bouw is zo veel mogelijk lokaal materiaal gebruikt, wat transportbewegingen en daarmee het energieverbruik verder heeft beperkt .
Het project is gerealiseerd op een bestaand, druk spoorwegemplacement, waar het onderhoud aan treinen altijd moest doorgaan – "verbouwen met de winkel open". Dit stelde hoge eisen aan het beperken van overlast. De werkzaamheden zijn daarom slim gefaseerd uitgevoerd, zodat bedrijfsonderdelen operationeel konden blijven en het treinonderhoud niet werd verstoord. Verder is in het ontwerp en de uitvoering rekening gehouden met de natuurlijke omgeving: er zijn wadi's en een sedumdak aangelegd voor waterbuffering en biodiversiteit, en verharding is tot een minimum beperkt. De landschapsinrichting is afgestemd op de omgeving en draagt bij aan een prettige en gezonde leefomgeving voor mens én dier, terwijl hinder tijdens de bouw zoveel mogelijk werd voorkomen .
Het project kent innovaties op meerdere niveaus:
Productniveau: De speciaal ontwikkelde klemmen voor de hergebruikte treinramen maken een remontabele gevel mogelijk, waarbij ramen eenvoudig kunnen worden vervangen of opnieuw worden gebruikt. Ook de toepassing van gebogen treinramen als gevelmateriaal is uniek .
Conceptniveau: Het bouwkundige concept is volledig afgestemd op circulair bouwen, met een modulaire, adaptieve opzet; het sedumdak, de wadi, en de groene inrichting zijn geïntegreerd in het ontwerp en versterken elkaar in de praktijk .
Bouwniveau: Tijdens het ontwerp- en bouwproces is intensief gebruik gemaakt van 3D, BIM en VR-technologie. Hierdoor konden knelpunten vroegtijdig worden gesignaleerd en opgelost, en werd het mogelijk om samen met toekomstige gebruikers het ontwerp te optimaliseren. Ook bood dit ruimte voor experimenten met nieuwe materialen en oplossingen, waarbij 'falen mag' onderdeel was van het leerproces .