Skip to main content
John Lewis Marshall mouse

Stadshoutpaviljoen Amstelpark

Amsterdam

Voor een stadspaviljoen uit ongedroogd iepenhout vangen stalen knooppunten de grootste momentkrachten op en maken een schuivende verbinding mogelijk om beweging en krimp in de houtconstructie op te kunnen nemen. De verzinkte stalen knooppunten, randverbindingen en voet- en koppelplaten van de V-kolommen verzorgen het verband voor de zeshoekige dakconstructie.

Projectgegevens

Locatie Amstelpark 11, Amsterdam
Opdracht Gemeente Amsterdam, Amsterdam
Architectuur Architectenburo Florian Eckardt, Amsterdam
Constructief Ontwerp Pieters Bouwtechniek, Haarlem
Uitvoering Stadshout, Amsterdam
Staalconstructie Ovec Multiservice, Amsterdam

Algemene projectomschrijving

Het Stadshoutpaviljoen staat op een open plek in het Amstelpark waar Stadsdeel Zuid een ontmoetingsplek wenste voor voorstellingen, feestjes, huwelijksfoto’s en dergelijke. Dit paviljoen is het eerste permanente bouwwerk van Stadshout, een organisatie die hout van stadsbomen zinvol wil gebruiken. Het werd geconcipieerd in vers, niet voor-gedroogd hout van iepen uit Amsterdam.

Beschrijving staalconstructie en/of gebruik van staal

De stalen kruizen zijn gesneden uit 15 mm dikke staalplaat op basis van tekeningen uit het 3D-model met de juiste hoeken van de elkaar onder 85 graden kruisende balkvlakken. De sleuven in het hout zijn breder voor passing en krimp. Voor het verzinken zijn de samen ruim 600 kilo wegende gelaste kruizen eerst op maatafwijkingen gecontroleerd. Er is voor thermisch verzinken gekozen voor duurzaamheid (buitentoepassing) bij een ontwerplevensduur van 25 jaar. Bovendien past het gebloemde blauwgrijze (zinkkleurige) uiterlijk van de kruizen, waarvan de onderplaten in het zicht blijven, goed bij het vergrijzende hout. Ook het dakvlak is met zink bekleed, wat weer aansluit bij bestaande bouwwerken in het park.

Bijzondere aspecten bouwkundig concept / ontwerp

De basis is van beton met een driehoekige houten podiumvloer, de draagconstructie is van gezaagde iepenbalken met verzinkt stalen knooppunten en een afdekking van zink en glas. Gerooide stadsbomen worden voor transport meestal op 5 tot 6,5 m lengte afgezaagd. Het paviljoen heeft echter een duidelijk groter dak. Er is voor gekozen om de balken niet te stapelen maar ze in dezelfde hoogte door te koppelen en zo ook de lichte knikken in het dakvlak te maken. Aangezien deze knik precies t.p.v. het maximale moment zit, ontstaan er grote krachten die kunnen worden opgevangen in het stalen kruis. Daar komen grote doorbuiging-krachten bij kijken, omdat het hout niet loodrecht op de vezel belast wordt. De knooppunten komen drie keer voor in het dakvlak, waarbij er voor is gekozen om de V-kolommen op een andere plek te laten aangrijpen.

Bijzondere constructieve slimmigheden / detailleringen

Omdat er bovendien gewerkt wordt met ongedroogde balken kan er sprake zijn van 0,8% lengtekrimp en procenten dwarskrimp wat door een schuivende verbinding kan worden opgenomen. Daarom liggen de balken op dwarsplaatjes die de krachten opvangen en beweging en krimp niet in de weg staan. De secundaire balkjes in het dakvlak hebben een oplegging die bij krimp niet te gering wordt en het dakbeschot is zodanig bevestigd dat het niet losscheurt op de stalen bevestigingsmiddelen. De zinken dakhuid is ook gedetailleerd op krimp en beweging. Het hele bouwwerk is wel waterdicht aan de bovenzijde maar sterk geventileerd aan de onderzijde.

Bijzondere aspecten uitvoering

Bij de montage (met een grote kraan) zijn de lange en korte balken op de grond in de kruizen geschoven waarbij ook een secundaire balk diagonaal op het geheel aansluit. De kap is vervolgens in zijn geheel opgetild, de V- kolommen met verzinkt stalen boven- en onderpunten werden er in geschoven en het geheel is naar het betonnen podium gehesen. Vervolgens werd na het in positie zakken van het geheel en enige krimp/ zetting het dakbeschot gemonteerd en afgewerkt met glas en zinkbanen.

Bijzondere functionele aspecten van het bouwwerk

Het ontwerp speelt in op de locatie, een open plek in het volgroeide park. Het bevindt zich naast en gedeeltelijk op een bestaande ronde vijver met een achthoekige rand waar het dak zich in spiegelt. Het paviljoen is alzijdig gericht met een hogere kant naar het westen waar het publiek zich zal bevinden tijdens voorstellingen. De met gelaagd glas bedekte driehoeken in het midden en aan de korte kanten laten gefilterd licht door zoals bij een open plek in het bos.
Een uitgebreid fotoverslag van het proces is te vinden op Facebook:
https://www.facebook.com/amstelparkpaviljoen

Duurzaamheid

Het paviljoen is ontworpen op een levensduur van 25 jaar en is door zijn eenvoud flexibel qua gebruik. Het is onderhoudsarm (de zinken vergaarbakken aan spuwers moeten af en toe gecontroleerd worden).

Materiaalgebruik (efficiëntie)

Het hout komt uit de stad, het betreft een levering door de gemeente zelf van de eigen grondstof, gerooide bomen. Het staal is in en rond Amsterdam bewerkt om de transportkosten laag te houden.
het staal is verzinkt, niet gecoat, het hout blijft onbehandeld.

Energiegebruik en verbruik tijdens bouw en gebruik

Ongedroogd hout laat zich relatief goed zagen, dit is gebeurd op een lintzaag, ongeveer 300 m verwijderd van de plek waar het paviljoen zou komen. Transportkosten zijn geminimaliseerd door gebruik van lokaal hout en inhuren van bedrijven uit de regio.

Mate van overlast (bouwwerkzaamheden) voor mens en dier

Er is rekening gehouden met de aanwezige dieren (Alpaca's, Walibis en diverse vogels) in de directe omgeving. Het zaagwerk is op de werf gebeurd, op de bouwplaats was relatief weinig geluidshinder en de werkzaamheden zijn afgestemd met het Hoofd dieren van Parkbeheer. De stalen bouwdelen zijn niet te zwaar gemaakt om ze hanteerbaar te houden.

Innovaties op product-, concept- en bouwniveau

Het gebruik van lokaal, ongedroogd iepenhout, bewerkt door lokale vaklieden en vrijwilligers, onder het motto, liever investeren in lokale arbeid dan in verre grondstoffen en slechte/ oncontroleerbare arbeidsomstandigheden.
Inzetten van staal daar waar het hout op constructieve beperkingen stuit.