Skip to main content
OSC Stadionpark - Luca Engelbracht mouse

Onderwijs- en Sportcluster Stadionpark

Rotterdam

Het gebied Stadionpark, aan de Maas op Rotterdam Zuid, verandert de komende jaren in een groene, actieve en grotendeels autoluwe wijk. Als onderdeel van deze grootschalige gebiedsontwikkeling is het Onderwijs- en Sportcluster het eerste opgeleverde project binnen het deelplan Sportcampus. Op de voormalige trainingsvelden van voetbalclub Feyenoord biedt het cluster ruimte aan twee middelbare scholen met sportprofiel en een multifunctionele sportvoorziening. Een echt Rotterdamse gebouwstructuur, die stevig met de voeten op de grond staat en overtuigend betekenis geeft aan een plek die tot in de vezels sport ademt.

Algemene projectomschrijving

De Sportcampus, beter bekend als Varkenoord, ligt ingeklemd tussen de Coen Moulijnweg, de Olympiaweg en de Stadionlaan. De kavel van het Onderwijs- en Sportcluster kent een hoogteverschil van vier meter. Vanuit deze natuurlijke gelaagdheid heeft BDG Architecten het gebouw vormgegeven als een gestapeld landschap. Met de positionering van de twee gebouwen creëren we intieme stedenbouwkundige ruimtes die de kwaliteit van de plek verstevigen. Door de slimme stapeling, gedeelde ruimten en zichtlijnen ontstaat een luchtig gebouw dat zowel horizontaal als verticaal maximaal verbindend is. Samen waar het kan, maar ook duidelijk plek voor de eigen profielen van de scholen. 

Bijzondere aspecten bouwkundig concept/ontwerp

Een belangrijk kenmerk van het Onderwijs- en Sportcluster is de complexe stapeling van functies. Door de compacte kavel mét hoogteverschil is de sporthal in het maaiveld opgenomen, met daarboven één van de onderwijsgebouwen. Zo overbrugt het gebouw het hoogteverschil en ontstaat een efficiënte, compacte opzet. 

Verdiepingshoge vakwerkspanten over twee bouwlagen dragen het domein van Portus Meridiem boven de sporthal en maken een kolomvrije sportzaal mogelijk. Onder het maaiveld ligt een grote fietsenstalling met meerdere fietspleinen, die binnendoor verbonden zijn met de entrees van beide scholen en de sportvoorziening. Dit stimuleert leerlingen en sporters om met de fiets te komen. 

Ook de luchtbrug vormt een bijzondere ontwerpuitdaging. Deze bovengrondse verbinding tussen de twee scholen maakt toekomstige samenwerking en uitwisseling van ruimtes mogelijk. 

Beschrijving staalconstructie en/of gebruik van staal

Om het vierlaagse onderwijsgebouw over de sportzalen heen te kunnen bouwen, heeft Pieters in de ontwerpfase verschillende constructieve opties verkend, waaronder betontafels en zipliggers. Al vroeg viel de keuze op een stalen vakwerkconstructie. Deze oplossing had het kleinste ruimtebeslag in de gebouwhoogte, waardoor het gebouw landschappelijk goed kon worden ingepast en de kelder niet onnodig diep hoefde te worden aangelegd.

De overkluizing van de drievoudige sportzaal bestaat uit vijf stalen vakwerken met elk een overspanning van 29 meter: de lengte van een sportzaal. De drie zalen worden gescheiden door valschermen en kunnen worden gekoppeld tot één grote kolomvrije sportzaal van 47 bij 29 meter.

Om de vakwerken zorgvuldig in het onderwijsgebouw te integreren, zijn verschillende configuraties onderzocht. Uiteindelijk is gekozen voor een opzet met trek- en drukschoren onder 24,4 graden. Alle vakwerken liggen op één niveau en werken samen als een tafelconstructie. De vakwerken zijn twee verdiepingen hoog uitgevoerd. Hierdoor bleven de krachten beheersbaar en ontstond een goed doorwaadbare constructie, waarbinnen gebruiksruimtes en routes logisch konden worden geprogrammeerd. 

De schuine gevellijnen en set-backs, voortkomend uit de terrasvorming van het landschap, zijn meegenomen in het ontwerp van de vakwerken. Zo ontstonden twee hoofdvormen: een volledig vakwerk en een verjongd vakwerk. Voor de kleinere vierde sportzaal is daarnaast een zesde vakwerk toegepast met een overspanning van 15 meter. 

Bijzondere constructieve slimmigheden/detailleringen

Vanwege het uitzonderlijke karakter van de staalconstructie is al vroeg samengewerkt met een staalbouwer die deze complexiteit kon realiseren. In plaats van het toepassen van boutverbindingen is bewust gekozen voor het volledig lassen van de vakwerken. Bouten kunnen zich in overmaatse gaten zetten en daardoor ongewenste vervormingen veroorzaken. Door de vakwerken te lassen, is speling voorkomen. Dit draagt bij aan de stabiliteit en betrouwbaarheid van de constructie, juist bij de grote krachten die in dit project optreden.

Naast de zichtbare esthetiek van het staal vroegen het transport van de gelaste spanten en de eis voor een tweede draagweg om specifieke aandacht. Die tweede draagweg had grote invloed op het constructieve ontwerp. Het gebouw moet bestand zijn tegen het wegvallen van een kolom of ander constructieonderdeel zonder in te storten. Dit is opgelost door diafragmawerking in het samenstel van horizontale vloerschijven en verticale vakwerken. De daarmee gepaard gaande afschuifkrachten tussen vloer en vakwerkregels worden opgenomen door aangelaste stiften. De vakwerken vormen een groot constructief gebaar met buizen in grote wanddiktes. De lassen zijn uitgevoerd in executieklasse EXC3 en resulteren in knopen van constructief en esthetisch hoge kwaliteit.

Bijzondere aspecten uitvoering

De zes vakwerken, waarvan vijf met een hoogte van 8,5 meter en een lengte van 30 meter, wegen elk circa 52 ton. Ze moesten vanuit Almelo over ruim 200 kilometer naar Rotterdam worden vervoerd. Door hun omvang en gewicht vroeg dit transport om uitgebreide voorbereiding en intensieve afstemming met onder meer Rijkswaterstaat, lokale wegbeheerders en de gemeente Rotterdam. De voorbereidingen namen driekwart jaar in beslag. De vakwerken werden in drie nachtelijke transporten over de weg vervoerd. Bij aankomst moesten de spanten achterwaarts het bouwterrein op worden gereden, een nauwkeurige operatie die alleen mogelijk was door strakke coördinatie tussen chauffeurs en begeleiders. Op de bouwplaats zijn de vakwerken direct vanaf de wagens geplaatst. Daarmee vormde niet alleen het ontwerp, maar ook de uitvoering van de staalconstructie een bijzondere prestatie.

Bijzondere functionele aspecten van het bouwwerk

De nieuwbouw voor Portus Meridiem, MOVE Rotterdam en Sportbedrijf Rotterdam is ontworpen als één samenhangend ensemble, waarin de drie gebruikers duidelijk herkenbaar blijven. De scholen beschikken ieder over een eigen leer- en ontwikkelomgeving, met flexibele ruimtes op verschillende schaalniveaus en een uitstraling die aansluit op hun onderwijsvisie. Gedeelde voorzieningen zoals sportfaciliteiten en ontmoetingsruimtes zijn strategisch geplaatst voor gebruik door scholen én buurt.

Een belangrijk functioneel uitgangspunt is de slimme omgang met het compacte kavel en het hoogteverschil. We kozen voor een verticale zonering: de sporthal ligt half verdiept in het maaiveld, met daarbovenop het Portus Meridiem. Doordat de begane grond van de school circa 1 meter boven maaiveld is ontworpen, komt er wel volop daglicht in de sportzaal. Door deze ontwerpoplossing ligt voor elke gebruiker bovendien de eigen hoofdtoegang op entreeniveau.

De hoogteverschillen zijn niet alleen functioneel benut om het omvangrijke programma efficiënt te stapelen, maar dragen ook bij aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebouw en zijn omgeving. Ze markeren landschappelijke overgangen, creëren verblijfskwaliteit en maken een vanzelfsprekende inpassing mogelijk zonder harde erfafscheidingen. Daarnaast is het gebouw ontworpen met een hoge mate van flexibiliteit in constructie en installaties, zodat het kan meebewegen met toekomstig gebruik. De uitkragende bovenverdieping van Portus Meridiem richting MOVE Rotterdam biedt ruimte voor uitwisseling en samenwerking.

Project-architect Gert Jan Samsom: “Met een bevlogen team aan opdrachtgevers, gebruikers en ontwerp- en bouwpartners hebben we de ambities voor Onderwijs en Sportcluster vertaald naar een echt Rotterdamse gebouwstructuur, die met de voeten op de grond staat en overtuigend betekenis geeft aan de plek die tot in de vezels sport ademt.”