Skip to main content
ronald tilleman mouse

Museum Voorlinden

Wassenaar

Het nieuwe Museum Voorlinden op het gelijknamige landgoed heeft een opvallende, glazen lichtdak. Door de speciale lichtinval kan de kunst bekeken worden bij ‘levend’ natuurlijk licht.

Projectgegevens

Locatie Buurtweg 90, 2244 AG, Wassenaar
Opdracht Caldic Collectie, Wassenaar
Architectuur Kraaijvanger Architecten, Rotterdam
Constructief Ontwerp Pieters Bouwtechniek, Delft
Uitvoering Cordeel Nederland, Zwijndrecht
Staalconstructie De Kok Staalbouw, Wouw

Algemene projectomschrijving

Museum Voorlinden is een totaalbeleving. De aankomst in het park, het zicht over de weilanden; de bijzondere sfeer van het vroeg 20e eeuwse patriciershuis; de wandeling langs en op de duinrand; de vele perspectieven over het landgoed. Het museum voegt hieraan een bijzondere 'confrontatie' met een unieke verzameling eigentijdse kunst toe. Steeds wisselend, maar ook met vaste hoogtepunten zoals het werk ‘open ended’ van Richard Serra, werken van Yayoi Kusama, Anish Kapoor, Sam Taylor Wood en James Turrell.
Voorlinden in zijn huidige vorm is ontstaan in 1912, naar een ontwerp van de Engelse architect R. Johnston voor Jhr. H. Loudon voor het huis, de verhoogde tuin en de bijgebouwen. Tuinarchitect L. Springer paste het eerdere landschapsontwerp van de Zochers aan met grote open ruimten en een uitbreiding van de waterpartij. Het tentoonstellingsgebouw ligt in het noordwesten van het terrein. Ruimtelijk gezien blijft de nieuwbouw ondergeschikt aan het landhuis. Vanaf de Buurtweg gezien tekent het eenlaags gebouw zich af tegen de duinrand.
De hoofdopzet van het ontwerp kenmerkt zich door een reeks wanden parallel aan de duinrand en de strandwallen. Door deze structuur 'opent' het gebouw zich naar de omgeving. In beide richtingen heeft het gebouw een driedeling. Na de ruime ontvangsthal begint de route door de zalen. Aan de zuidoostkant bevindt een reeks kleinere kabinetten, de foyer van het auditorium en de glazen zaal; hier geen kunst maar een ruim uitzicht over het landschap.
Los van zijn autonome waarde is het museum primair dienend aan de kunst met een sober, modern, goed gedetailleerd ontwerp, waarin visuele ruis zoveel mogelijk is onderdrukt. Het gebouw doet van buiten geen poging te imponeren; binnen verrast het telkens opnieuw. De unieke verzameling en de bijzondere locatie komen in het ontwerp samen. De museale ruimten zijn afwisselend van grootte, maar kennen dezelfde wandafstand van 8 m, behoudens één grote zaal van 16x14 m. In deze reeks kan de conservator de gewenste museale lijn aanbrengen.
Het daglicht bepaalt in belangrijke mate het karakter van de zalen. Anders dan het bekende noorderlicht wordt door het bijzondere lichtdak indirect zonlicht toegelaten, dat door de dag heen verandert van nuance en kleur: ‘levend licht’. Dit dak laat bijna 20% van het opvallende licht door, maar dit lichtniveau is te reduceren. Dimbare, daglichtgeregelde led-verlichting is boven de glaskap aangebracht, en wordt via het lichtdak verstrooid toegelaten. Ter hoogte van de 'Serra-zaal' is de dakconstructie iets verhoogd. Door een omloop is dit werk ook van bovenaf te zien.
Het museum revitaliseert de buitenplaats Voorlinden en maakt deze toegankelijk voor een breed publiek.
Het project wordt gekenmerkt door een reeks van innovaties en eye-openers die vooraf door met name de opdrachtgever niet waren voorzien. Zo wist de architect met een reis naar musea in Noord-Amerika de opdrachtgever ervan te overtuigen te kiezen voor daglicht. Dit werd na zeer intensieve research in testmodellen uitgewerkt tot het lichtdak, dat niet noorderlicht, maar vooral gereflecteerd zuiderlicht toelaat. Hierin is voor het eerst led-licht opgenomen dat het daglicht op donkere momenten geleidelijk kan overnemen. Dit is weer geïntegreerd met een optimaal werkend klimaatsysteem (verdringing) dat efficiënt en duurzaam is. De architect wist elk onderdeel tot zijn essentie terug te brengen in een consequent gehanteerd maatsysteem van 200 mm. In de oostgevel konden constructeur en architect uiteindelijk zichtbare kolommen als dragers van het dak te vermijden, nadat de opdrachtgever kolommen had geweigerd; het model van slanke dragende gevelstijlen onderging speciale testen op de TU Delft.
Het streven om alle elektronische onderdelen weg te werken, viel eveneens in vruchtbare aarde. Een treffend voorbeeld is het ‘nood-aantje’: een UIT-bord dat onzichtbaar in het stucwerk is opgenomen en pas bij noodsituaties zichtbaar wordt. Ook zijn opzichtige camera’s vermeden en liggen beveiligingsmaatregelen geheel niet in zicht.

Beschrijving staalconstructie en/of gebruik van staal

De draagstructuur van het museum is ontworpen voor een flexibel indeelbaar museum. Dit is gerealiseerd door een kolommenstructuur zonder wanden en stabiliteitsverbanden. De stabiliteit van het gebouw is tot stand gekomen door de stalen kolommen, die zijn ingeklemd in de onderliggende kelder en fundering. D
De wanden in het gebouw zijn niet constructief en kunnen in de toekomst worden verplaatst zonder dat de draagstructuur hoeft te worden aangepast.
In de dikke bouwkundige wanden bevinden een groot aantal leidingen en kanalen voor de installaties, licht en het klimaatsysteem. Doordat er ookinstallaties in het midden van de wanden naar boven moesten kunnen, en er een doorgaande goot boven de wanden moest lopen, zijn er aan weerszijden van het midden van de wand slanke kokers toegepast, die onderling gekoppeld zijn.
Bij het glazen dak konden, om esthetische redenen, geen windverbanden worden toegepast. Het zonnedak met aluminium panelen dient daarom te voorzien in schijfwerking om de windbelasting af te kunnen dragen aan de onregelmatig geplaatste kolommen. Dit niet geïsoleerde zonnedak moest door de grote lengte wel de mogelijkheid hebben om onafhankelijk van het lager gelegen geïsoleerde dak te kunnen uitzetten. Om dit mogelijk te maken zijn verbindingen tussen staalconstructie en aluminium panelen ontworpen, die de beweging door uitzetten toelaten, maar tegelijkertijd de krachten voor de schijfwerking kunnen doorgeven.
Op enkele posities bevinden zich tussenvloeren, waarvan een deel aan het dak opgehangen is, om extra kolommen op de begane grond te vermijden.
De staalconstructie is voor een groot deel in het zicht gehouden. Daar waar de verbindingen van de staalconstructie in het zicht zijn gebleven, zijn verzonken rvs bouten toegepast. Bij de gevelstijlen zijn beide zijdes van de bouten verzonken uitgevoerd. In het stalen dak zijn er speciaal ontworpen sierdoppen over de moeren geplaatst.

Bijzondere aspecten bouwkundig concept / ontwerp

Om direct zonlicht te vermijden, bevindt zich ± 2 m boven het glazen dak het ‘zonnedak’ dat aan alle kanten over het museum uitkraagt. Dit dak bestaat uit staalprofielen met aluminium panelen met ronde gaten. Het glazen dak hangt plaatselijk aan dit zonnedak om een overspanning van 24 m mogelijk te maken. Opvallend zijn de 115.000 onder een hoek afgesneden buisjes, waardoor het daglicht indirect naar binnen valt.

Bijzondere constructieve slimmigheden / detailleringen

Bijzondere aspecten uitvoering

Vanuit de opdrachtgever is een zeer precieze maatvoering voor strakke detailleringen geëist.
De witte staalconstructie is in het zicht gebleven, waarvan geëist werd dat deze onderhoudsarm zou zijn. Dit is gerealiseerd door een bijzondere coating. Het staal is afgewerkt met een triple coating: thermisch verzinkt, epoxy en een poly-fluoride afwerking die nog is nabehandeld met een nano-coating om vervuiling zoveel mogelijk te beperken.
In de hoge glazen oostgevel wilde de opdrachtgever geen kolommen – die aanvankelijk op 4,80 m waren ingetekend. Dit hield in dat de toch al slanke puien van 5,26 m hoog behalve de windlast ook het dak moesten dragen. Aangezien deze samengestelde, lasergelaste pui-kolommen iedere reguliere slankheidscoëfficiënt te boven gingen, zijn deze speciaal getest bij de TU Delft. De geringe hoogte van de dakrand vereiste daarbij een bijzonder detail waarbij een standaard IPE-balk in twee stappen is verjongd tot een bijna massief profiel dat ook nog eens een momentvaste verbinding met de kolom maakt om de doorbuiging te beperken.

Bijzondere functionele aspecten van het bouwwerk