Skip to main content
Thea van der Heuvel mouse

kantoorgebouw Le Carrefour

Leiden

Het nieuwe kantoorgebouw van Achmea markeert de treinentree van Leiden. Twaalf boomvormige stalen kolommen dragen het gebouw, dat met zijn veelkleurige gevel- invulling het kenmerkende gezicht is naar het drukste spoor van Nederland.

Projectgegevens

Locatie Dellaertweg, Leiden
Opdracht gemeente Leiden (VO) en Eurocommerce (DO), Deventer
Architectuur VVKH architecten (Fons Verheijen), Leiden
Constructief Ontwerp Zonneveld Ingenieurs, Rotterdam
Uitvoering Visser & Smit bouw, Papendrecht
Staalconstructie CSM, Hamont-Achel (België) (boomkolommen) en Oostingh Staalbouw, Katwijk (overige staalconstructie)

Algemene projectomschrijving

De beperkingen van de locatie resulteerde in een compact en efficiënt gebouw dat het maaiveldniveau zoveel mogelijk vrij houdt. De kantoorverdiepingen zijn opgetild en verbreden zich naar boven zodat meer licht valt langs het gebouw op de wegen, het fietspad en het voetpad onder het gebouw. Het kantoor huisvest 1800 werkplekken, vergaderruimten en een restaurant. Onder het gebouw en de weg is parkeergelegenheid voor 340 auto’s in twee verdiepingen. De betonnen schachten van 45 m hoog aan de spoorzijde voorzien in al het verticale transport. Naast liften en trappen bevinden zich hier ook alle leidingen, riolering en luchtkanalen. De schachten steken 10 m boven de kantoorverdiepingen uit om zo ruimte te bieden aan de installaties. Ook wordt hier, ver weg van alle verkeer op maaiveld, de verse lucht aangezogen om het gebouw te ventileren.

Beschrijving staalconstructie en/of gebruik van staal

Het gebouw wordt gedragen door twaalf stalen ‘bomen’: kolommen die zich vanuit de stam splitsen in twaalf takken. De takken gaan over in een schuin geplaatst vakwerk op de 1e verdieping. Hier verbreedt het gebouw zich tot 14,4 m, een efficiënte maat voor kolomvrije kantoorverdiepingen. De kantoorverdiepingen hebben stalen kolommen in de gevels.
De boomkolommen zijn op de 2e verdieping onderling verbonden met vakwerken en aan de betonnen kernen gekoppeld met lasplaten. De stalen vakwerken zorgen voor voldoende stijfheid van de constructie en leiden de horizontale krachten af naar de kernen door de schijfwerking van de kanaalplaatvloeren met een druklaag.
Op de vakwerken staat de constructie van de bovenbouw: stalen kolommen en liggers met daarop kanaalplaten met een druklaag. De belijning van de boomtakken loopt door in de vakwerken en in de gevelkolommen, die op een onderlinge afstand van 3,6 m staan. De boomkolommen zijn brandwerend geschilderd en de normale kolommen zijn brandwerend bekleed. De boomkolommen zijn berekend op een aanrijding door een 30 tons vrachtauto met een impactsnelheid van 55 km.
De stalen bomen zelf zijn opgebouwd uit een stam van 25 mm dikke gelaste staalplaten. Op de stam staat de kruin van 65 mm dikke staalplaat met stompen voor de twaalf takken. In het werk zijn de takken aan de stompen gelast. De hogere staalverbindingen van bijvoorbeeld takken aan spanten zijn uitgevoerd als boutverbinding om de montagesnelheid te halen.
Een compleet gebouw op twaalf bomen zetten betekent een geconcentreerde krachtsafdracht. De belasting per boom bestaat uit een normaalkracht van 25.000 kN en een voetmoment van 750 kNm. De belasting uit de bovenbouw wordt via de boom afgedragen naar betonnen kolommen in de parkeergarage. Elke boom staat op een negenpaals poer die – om constructiehoogte te sparen – is geïntegreerd in de laag onderwaterbeton. Een team van duikers werkte mee om de paalkoppen schoon te maken en het wapeningsnet van de poeren op zijn plek te brengen. De geconcentreerde druk op de poeren en de opwaartse druk van het grondwater veroorzaken dat de keldervloer wil golven. Om dat te voorkomen is de vloer voorzien van 450 trekpalen.
Om de hoge belastingen uit de staalconstructie in de betonnen onderbouw te leiden is een samengestelde constructie ontworpen. De wapening in de stam (rond 40 mm), de vele stiftdeuvels en de blokdeuvels laten zo weinig ruimte over dat een zelfverdichtende betonmortel (C53/65) benodigd is om de bomen te vullen. Aan de mortel is staalvezel toegevoegd om de krimp te beperken en te voorkomen dat het beton loskomt van de stalen mantel. Beide materialen moeten volledig samenwerken om de krachten af te dragen naar de fundering. Om elke twijfel hierover weg te nemen zijn de kolomkoppen nageïnjecteerd om een volledig contactvlak te garanderen.
De stalen boomkolommen zijn in delen aangevoerd en op de locatie geassembleerd. In de werkplaats zijn de kolommen eerst volledig opgebouwd en vervolgens voor het transport weer uit elkaar gehaald. Op de bouwplaats zijn ze in één keer definitief gemonteerd en afgelast.

Bijzondere aspecten bouwkundig concept / ontwerp

Bijzondere constructieve slimmigheden / detailleringen

Bijzondere aspecten uitvoering

Bijzondere functionele aspecten van het bouwwerk