Beschrijving staalconstructie en/of gebruik van staal
Het gebouw is opgebouwd uit een staalskelet, met kanaalplaatvloeren op geïntegreerde liggers en staal-betonkolommen. Met dit concept kon de doelstelling – het maken van een levensloopbestendig en flexibel onderwijsgebouw met een lange levensduur – het beste worden waargemaakt. De standaardbeukmaat en daarmee vloeroverspanningen zijn relatief groot (8,1 tot 10,8 m). Dat zorgt voor flexibiliteit in de indeling. Dankzij de geïntegreerde liggers hebben de vloeren een vlakke onderzijde, wat de vrije indeelbaarheid verder vergroot en flexibiliteit biedt ten aanzien van de installaties.
Ter plaatse van de ingang, waar de gevel terugligt, is een grote kolomvrije ruimte gemaakt voor een open doorgang richting het atrium. Deze ruimte is gerealiseerd met een verdiepingshoog stalen vakwerkspant. In de dakconstructie van het atrium zelf zijn ook stalen vakwerkliggers toegepast, die op een slimme manier onderdeel zijn van het sheddak. Deze vakwerkliggers worden aan de ene zijde ondersteund door het spant boven de entree, en aan de andere zijde door de kolommen van de hoofddraagconstructie.
Over de houten trappen in het atrium ligt een ‘loper’ van blauwstaal, met geïntegreerde zitplekken en plantenbakken. Deze loper benadrukt de route, maar is tegelijkertijd een object op zich. Het donkere, warmgewalste staal sluit aan bij het buitenmeubilair op het dakterras en bij de zwarte spijlen van de balustrades rond het atrium.
Bijzondere aspecten bouwkundig concept / ontwerp
Het onderwijsgebouw is als ‘smart building’ naar behoefte flexibel indeelbaar. Daarmee wordt rekening gehouden met eventuele krimp of groei van afdelingen of domeinen. Ook andere functies, zoals een kantoorgebouw of zelfs woningen, zijn in de toekomst mogelijk. Gebouwonderdelen, mocht dat ooit nodig zijn, kunnen worden gedemonteerd voor hergebruik.
De staalconstructie draagt wezenlijk bij aan de invulling van het ‘smart building’-principe, dankzij de modulaire opzet, de grote kolomvrije overspanningen en de vlakke onderzijde van de vloeren. In de inwendige hoeken van het gebouw bevinden zich betonnen kernen, met de verticale stijgpunten, die ook worden gebruikt voor de stabiliteit. Deze posities zullen ook bij eventuele functiewijzigingen in de toekomst de meest logische plek blijven voor het verticale transport, onder meer omdat ze zich op een strategische plek in het gebouw bevinden en omdat hier de minste daglichttoetreding aanwezig is.
De opzet is dusdanig goed bevallen dat hij min of meer vergelijkbaar is toegepast bij een nieuw onderwijsgebouw voor de Hogeschool Rotterdam op Laan op Zuid.
Dankzij de slimme, levensloopbestendige opzet is de levensduur van het gebouw aanzienlijk verlengd, wat heel positief uitwerkt op de duurzaamheid. Ook het beperkte materiaalgebruik draagt bij aan het duurzame karakter van het gebouw.
Bijzondere constructieve slimmigheden / detailleringen
De gevel wordt gekenmerkt door uitstekende vinnen die de verticaliteit benadrukken. De hoek en de plaatsing van de vinnen zijn afgestemd op de stand van de zon. De vinnen hebben namelijk ook geïntegreerde pv-panelen en te openen delen voor ventilatie.
In de gevel bevindt zich een zigzaggende setback, die de routing van de bouwvolumes volgt en zichtbaar maakt. Hierdoor oogt de school nergens massief.
De gevel en de binnenwanden zijn los gehouden van de hoofddraagconstructie. Uitgangspunt hierbij was het Shearing Layers-concepyt van Stewart Brand: de gevel en de binnenwanden kunnen eenvoudig worden vervangen, terwijl het staalskelet intact blijft.
In het ontwerp is speciale aandacht uitgegaan naar de toelaatbare vervorming van de gevel. Die is namelijk relatief beperkt, mede door de hoogte-breedteverhouding van de individuele gevelelementen. Daarover is in de vroege ontwerpfase intensief contact geweest met de gevelbouwer. De stalen randliggers en de kanaalplaatvloeren werken op een slimme manier samen. Dit is gerealiseerd door de kanaalplaatvloeren met stekken aan de staalconstructie te bevestigen, waarbij zodanig is gedetailleerd dat de liggers niet op torsie worden belast. Door deze samenwerking tussen staal en beton kon aan de vervormingseisen worden voldaan en ontstond vrijheid in de vormgeving van de gevelprofielen.
De geïntegreerde liggers rondom zorgen bovendien als trekband voor horizontale stabiliteit van het gebouw. Voor die stabiliteit was een constructieve druklaag op de meeste posities niet nodig.
Bijzondere aspecten uitvoering
Dankzij de keuze voor een staalconstructie en de logische opzet van de constructie in het gebouw, was een relatief eenvoudige montage mogelijk. De staalconstructie is een geprefabriceerde constructie die eenvoudig met bouten in elkaar is te zetten. Door ook de betonnen kernen geprefabriceerd uit te voeren en deze tijdens de uitvoering vooruit te bouwen ten opzichte van het staalskelet, was de stabiliteit voor de uitvoeringsfase gewaarborgd. Hierdoor konden veel tijdelijke voorzieningen tijdens de uitvoering achterwege blijven.
Dit droeg bij aan een korte bouwtijd, waardoor het gebouw tijdig beschikbaar kwam voor Inholland.
Bijzondere functionele aspecten van het bouwwerk
Door het vele glas in de gevel en het glazen sheddak boven het atrium valt het daglicht tot in het hart van het gebouw. In het atrium bevinden zich diverse gemeenschappelijke functies, zitplekken en een loopbrug naar de vijfde en zesde verdieping. Op de derde verdieping grenst het atrium aan een groot dakterras met veel groenvoorzieningen.
De onderwijsafdelingen zijn aan een doorlopende route gesitueerd. Deze loopt vanaf de begane grond via de trappen in het atrium naar de vijfde verdieping en hoger. Waar het in het atrium en de open ruimtes in de toren gezellig rumoerig is, is het op de afdelingen juist rustig. Het gebouw geeft daarmee een gevoel van geborgenheid en comfort aan studenten en docenten.